Naar de inhoud
Handleiding

Van het plan dat je binnenkrijgt tot het bestand op de machine

Geen naslagwerk dat alles opsomt, maar de weg die je aflegt — in de volgorde waarin je hem aflegt. Met schermafdrukken uit het programma zelf.

Sleep je bestanden erin. Het programma verdeelt ze over drie bakken en zegt wat erin zit.Kijk het na in 3D: draaien, hoogtelijnen erover, luchtfoto eronder.Zet het coördinatenstelsel: van welk stelsel je komt en naar welk je gaat, hoogte inbegrepen.Vink het merk aan — of alle zeven tegelijk, dat is één vinkje.En je ziet vóór je drukt welke bestanden er komen, met naam en datum.

1/5 Sleep je bestanden erin. Het programma verdeelt ze over drie bakken en zegt wat erin zit.

01

Installeren

Het programma installeert zoals elk ander Windows-programma. Eén ding valt op: Windows kent ons nog niet, en dat zegt hij ook.

  1. 1Download het installatiebestand van de downloadpagina.
  2. 2Dubbelklik erop. Windows toont "De pc is beveiligd" — klik op Meer informatie en dan op Toch uitvoeren.
  3. 3Het programma komt in je startmenu te staan en werkt zichzelf voortaan zelf bij.
  4. 4Bij de eerste start krijg je veertien dagen proef, zonder dat je iets moet aanvragen.

Let op. Die waarschuwing van Windows verdwijnt zodra het installatiebestand ondertekend is. Dat is een certificaat dat we aan het regelen zijn; aan het programma zelf verandert het niets.

02

Een bestand inlezen

Sleep je bestand op het venster. Het programma kijkt zelf wat erin zit en verdeelt het over drie bakken: oppervlak, lijnen en punten.

  1. 1Sleep één of meer bestanden op het scherm, of gebruik Bestand → Openen.
  2. 2Naast elke bak staat wat erin zit: het aantal driehoeken, lijnen en punten.
  3. 3Meerdere bestanden mogen samen: een ontwerp uit LandXML en het lijnwerk uit een DXF komen in dezelfde tekening.
  4. 4Wat je niet mee wil, vink je uit — dat gaat dan ook niet mee naar de machine.

Let op. Herkent het programma een bestand niet, dan zegt het waarom in plaats van stil niets te doen.

Een bestand inlezen
03

Nakijken in 3D

Vóór er iets weggeschreven wordt, kijk je ernaar. Draaien, kantelen, hoogtelijnen erover, en de luchtfoto eronder om te zien of het op de juiste plek ligt.

  1. 1Sleep met de muis om te draaien, scroll om in en uit te zoomen.
  2. 2Kleurschaal, hoogtelijnen, luchtfoto, plat zicht en doorzicht staan in de balk boven de tekening.
  3. 3Met Focus spring je terug naar het hele model als je de weg kwijt bent.
  4. 4De laag-knoppen links laten je één soort lijnwerk apart bekijken.

Let op. Dit is het moment om te zien of het klopt. Een verkeerde hoogte kost hier een minuut; op de werf kost ze een dag.

Nakijken in 3D
04

Het coördinatenstelsel

Zet vóór het omzetten vast van welk stelsel je komt en naar welk je gaat. De hoogte gaat mee — een omzetting die alleen het platte vlak doet, zet je werf een halve meter te hoog.

  1. 1Kies het bronstelsel: Lambert 2008 of Lambert 72 (BE), RD/NAP (NL), LUREF (LU), en voor Frankrijk Lambert-93, de negen CC-zones of de oude Lambert-zones.
  2. 2Kies het doelstelsel. Zijn ze gelijk, dan wordt er niets omgerekend.
  3. 3Ga je naar lengte en breedte (WGS84, voor GPX of KML), dan zet het programma zelf acht cijfers na de komma.
  4. 4Twijfel je? Zet de luchtfoto aan: ligt het plan op de juiste plek, dan klopt je stelsel.
Eén punt, twee stelsels
Wat je hebt
Lambert 2008 · X 62 041,182 · Y 170 013,655 · Z 12,431
Wat eruit komt
WGS84 · 50,80412337° N · 3,26719044° O · h 58,214

Dezelfde plek, ander stelsel. Merk de hoogte op: die verandert mee, want de ellipsoïde ligt elders dan het zeeniveau.

Het coördinatenstelsel
05

Naar de machine wegschrijven

Kies het merk en het programma schrijft het bestand dat die besturing verwacht. Wil je ze alle zeven tegelijk, dan is dat één vinkje.

  1. 1Vink het merk aan: Trimble, Topcon, Leica, Unicontrol, CHCnav of het terreinmodel voor de veldcomputer.
  2. 2Onder elke tegel staat welk bestand eruit komt — .dsz, .tp3, .svl of LandXML.
  3. 3Vink "alle merken tegelijk" aan en je krijgt van elk merk zijn eigen bestand, elk in zijn eigen map.
  4. 4Onderaan zie je vóór je drukt welke bestanden er komen, met naam en datum.
Eén vinkje, zeven bestanden
Wat je hebt
WERF - 04-09-2026.xml  (LandXML uit de studiedienst)
Wat eruit komt
Trimble/WERF - 04-09-2026.dsz
Topcon/WERF - 04-09-2026.tp3
Leica/WERF - 04-09-2026.xml
Veldcomputer/WERF - 04-09-2026.ttm

Elk merk in zijn eigen map, met dezelfde naam en datum. Geen enkel bestand dat op een ander lijkt.

Let op. Het schrijven van dat bestand gebeurt op mv3d.be, niet op je eigen pc — daar is dus even verbinding voor nodig. Het inlezen, nakijken en tekenen blijft lokaal.

Naar de machine wegschrijven
06

Puntenlijsten

Uitzetpunten gaan naar het formaat van jouw toestel. De kolomvolgorde, het scheidingsteken en het decimaalteken zet je zelf, met een voorbeeldregel die meteen toont wat er in het bestand komt.

  1. 1Open de puntenbak: filteren op naam of code, en aan- of uitvinken wat meegaat.
  2. 2Zet de kolommen in de volgorde die jouw toestel verwacht — naam, X, Y, Z, code.
  3. 3Kies het scheidingsteken (komma, puntkomma, tab of spatie) en het decimaalteken.
  4. 4Kies het formaat: CSV, TXT, GSI voor Leica, DXF, LandXML, GPX of KML.
Dezelfde punten, twee toestellen
Wat je hebt
CSV   ·   P001;62041.182;170013.655;12.431;PUT
Wat eruit komt
GSI-16 · *110001+0000000000000P001 81..00+00000006204118 82..00+00000017001366 83..00+00000000001243

Links wat je uit je totaalstation krijgt, rechts wat een Leica-toestel leest. Zelfde punt, andere taal.

Let op. Een lijst met de kolommen door elkaar is geen kleine fout: dan leest het toestel de hoogte als een code. Kijk de voorbeeldregel na vóór je wegschrijft.

Puntenlijsten
07

Lijnwerk en breeklijnen

Zit het lijnwerk in een apart bestand naast je ontwerp, dan zoekt het programma het er zelf bij. Heb je alleen een terreinmodel, dan kan het de breeklijnen eruit afleiden.

  1. 1Lees het ontwerp in; ligt er een DXF met lijnwerk naast, dan verschijnt "lijnen uit DXF".
  2. 2Alleen een oppervlak? Klik op Afleiden bij de lijnenbak — het programma zoekt de knikken in het terrein.
  3. 3De drempel bepaalt vanaf welke knik er een lijn getekend wordt; schuif tot het klopt met wat je ziet.
  4. 4Elke laag houdt zijn eigen kleur, zodat je ziet welke lijn de kantstrook is en welke het talud.
Lijnwerk en breeklijnen

Waarom een boog de verkeerde kant op kan zwiepen

In een DXF staat een boog niet als boog maar als een rechte met een doorbuiging. Wie bij het omzetten de verkeerde draairichting kiest, krijgt de spiegelbeeldige boog — en in een lijst met coördinaten ziet dat er volkomen normaal uit.

Zoals het hoort
De boog volgt de doorbuiging die in het bestand staat.
Zoals het misgaat
Zelfde begin- en eindpunt, andere kant op. Je ziet het pas als de machine ernaar graaft.
08

Een hele map in één keer

Heb je een map vol bestanden van een werf, dan hoef je ze niet één voor één te openen. Het programma leest ze allemaal en zegt per bestand wat erin zit.

  1. 1Kies Gereedschap → Map doorlopen en wijs de map aan.
  2. 2Per bestand komt er een regel: het aantal punten, lijnen en driehoeken.
  3. 3Wat niet gelezen kan worden, staat erbij met de reden — dan weet je meteen welk bestand stuk is.
  4. 4Van daaruit open je het bestand dat je nodig hebt.
Een hele map in één keer
09

Tablets, kranen en veldcomputers

Een werf hoeft niet meer op een stick. Koppel je toestel één keer, en daarna duid je het aan en druk je op versturen.

  1. 1Open de MV3D-app op de tablet in de cabine, of MV3D Veld op de veldcomputer. Zolang het toestel niet gekoppeld is, staat er een code van acht cijfers op het scherm.
  2. 2Tik die code in bij Machines → Toestel toevoegen. Je ziet eerst welk toestel het is; na Koppelen staan merk, model en programma al goed.
  3. 3Heb je het toestel al aangemaakt vanuit kantoor, dan werkt de omgekeerde weg ook: de app vraagt naar een code die jij doorgeeft.
  4. 4Duid per toestel aan of het van jou is, gehuurd, of van een onderaannemer. Bij een huur zet je de verhuurder en de einddatum erbij.
  5. 5Wat er op je toestellen staat, komt in de projectenpagina naast je eigen projecten: openen, hernoemen, of wissen — dat laatste pas nadat je de naam overgetypt hebt.

Let op. Staat een machine uit, dan blijft je vraag staan tot ze weer contact maakt. Ze vervalt niet, en je hoeft ze dus geen tweede keer te stellen.

10

Proefperiode en licentie

De eerste veertien dagen draait alles zonder dat je iets moet doen. Daarna vraagt het programma een sleutel.

  1. 1Bij elke start zie je hoeveel dagen er nog over zijn; daarna blijft het in de balk staan.
  2. 2Een sleutel voer je in op het vergrendelscherm, of via het hoekje in de balk.
  3. 3Eén sleutel hoort bij één pc. Werk je op kantoor én op een laptop, vraag het — dan regelen we dat.
  4. 4Zonder verbinding blijft het programma nog drie dagen werken; daarna moet het even online.
  5. 5Klik op je firmanaam rechtsboven: daar staan je licentie, tot wanneer ze loopt, je sleutel om te kopiëren, en de knop om een nieuwe versie te zoeken.

Let op. Onder aan het vergrendelscherm staat je toestel-id. Geef dat door als je hulp vraagt — dan weten we meteen over welke pc het gaat.

11

Als er iets misgaat

Een bestand dat niet opengaat of een machine die het niet slikt: laat het weten met het bestand erbij, dan kijken we mee.

  1. 1Duw op Support bovenaan het venster: daar stel je een vraag, meld je een probleem of geef je een suggestie door.
  2. 2Dat wordt een ticket in je klantenportaal. Je versie, je systeem en het scherm waar je stond gaan mee als je dat aanvinkt — die hoeven we dan niet meer na te vragen.
  3. 3Of stuur een bericht via de supportpagina; dat wordt hetzelfde ticket.
  4. 4Zeg erbij welk merk en welke besturing het betreft, en wat er precies gebeurde.
  5. 5Zit er een bestand achter dat niet opengaat, stuur het mee — dat scheelt een dag heen en weer.

Een bestand dat niet opengaat of een machine die het niet slikt: laat het weten met het bestand erbij, dan kijken we mee.

Hulp vragen